GESCHIEDENIS VAN HET PLEIN

De Roode Steen is het markantste plein van Hoorn: een knooppunt van zeven straten en stegen. Belangrijke verbindingswegen uit het binnenland kwamen hier bij elkaar, zoals het Grote Noord en het Grote Oost. Vroeger waren dit dijken, hetgeen goed te zien is aan de hoogte van de bestrating ten opzichte van de stegen die er op uitkomen. Ook de sluis in de waterweg de Gouw (gedempt in 1420) lag bij de Roode Steen.

Bier
Volgens de Hoornse geschiedschrijver Theodorus Velius moet Hoorn op deze plek zijn ontstaan. Drie broers uit Hamburg ('brouwers van haer neeringhe die daer veel met haer Bieren quamen handelen') bouwden er in 1316 een herberg en drie huizen. Archeologisch onderzoek heeft intussen aangetoond dat de eerste bebouwing van Hoorn van vroeger datum moet zijn.

Kaas
Toch kan de Roode Steen gezien worden als het centrale punt van waaruit de stad zich heeft ontwikkeld. Boeren uit de omgeving brachten er hun agrarische produkten op de markt, kooplieden dreven er handel en er verrezen overheidsgebouwen als het stadhuis (1420), de Waag (1609) en het Statencollege (1632). Door de gestage handel in zuivelprodukten (er werd tweemaal per week markt gehouden) kreeg het plein de naam Kaasmarkt. Op het Waterschapshuis, Grote Oost 6, is nog een gevelsteen te zien waarop twee kaasdragers staan afgebeeld. Officieel heeft de Roode Steen sinds 1888 twee namen: zowel Roode Steen als Kaasmarkt.

Bloed
De naam Roode Steen ontleent het plein aan een bloederiger activiteit: het voltrekken van vonnissen aan lieden die door het stedelijk gerecht van schout en schepenen waren veroordeeld. Gewoonlijk bestonden die vonnissen uit het afhakken van ledematen of, bij halsmisdrijven, van het hoofd. Dat gebeurde op een rode steen in het plaveisel tegenover het in 1797 gesloopte stadhuis.


Nog altijd ligt er een platte, ronde, rode steen naast de sokkel van Jan Pieterszoon Coen. Maar wie denkt nog bloed te kunnen ruiken, komt bedrogen uit. Het is een replica. Fragmenten van de echte rode steen bevinden zich in het Westfries Museum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.